Opinie

Elk verhaal heeft een tegenverhaal - presentatie over diversiteit in de media - 12 januari 2018

CBS LEERT ONS NIETS OVER DIVERSITEIT

Een Brit kan Pakistaanse wortels bezitten. Een Duitser Russische. En een Marokkaan kan de joodse religie belijden. Beter als het CBS persoonlijke achtergronden opneemt in de statistiek voor een realistischer beleid, betoogt René Romer.

 

NRC Handelsblad, 11 mei 2015
 

Onze samenleving wordt in etnisch-cultureel opzicht veel gevarieerder dan een vluchtige blik op de ‘harde’ data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doet denken. Politici, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en media houden hier nog nauwelijks rekening mee.

 

Het CBS hanteert de definitie allochtoon voor burgers met tenminste één in het buitenland geboren ouder. Kinderen van ouders die beiden in Nederland het levenslicht zagen, vallen onder de noemer autochtoon. De gegevens zijn afkomstig van de Basisregistratie Personen (BRP). Maar voor inzicht in de etnisch-culturele en religieuze diversiteit van de Nederlandse bevolking, is alleen het geboorteland niet 

bruikbaar: geboorteland, etniciteit en religie zijn verschillende waarden.


Een immigrant uit de Verenigde Staten kan African American zijn, een Duitser een Russische afkomst hebben, een Brit Pakistaanse wortels bezitten, en een Fransman weer op een Armeense achtergrond bogen. In Rotterdam wonen veel Kaapverdiaanse Portugezen.


Als het CBS de huidige meetmethode handhaaft, zeggen de geboortelanden de komende decennia steeds minder over de werkelijk etnische afkomst van Nederlandse burgers. Zo was de immigratie naar Groot-Brittannië uit de Gemenebestlanden al in de jaren vijftig van de vorige eeuw substantieel. Derde generatie met een Aziatische achtergrond die zich in Nederland vestigt, wordt geregistreerd als Brits; in de beleving van veel beleidsmakers is dat blank-Brits.


Bovendien kan geboorteland niet een-op-een worden gekoppeld aan religie. Een Turk kan christen zijn, een Marokkaan de joodse religie belijden, een Australiër de islamitische, en een Iraniër met een islamitische achtergrond hoeft geen belijdend moslim te zijn.


Maar wat als we de lens scherp stellen op de autochtone bevolking? Ook onder hen wordt de etnisch-culturele en religieuze diversiteit met de dag gevarieerder. Het CBS categoriseert bijna 3,8 miljoen burgers als allochtoon, eerste of tweede generatie. Boven deze ruim 21 procent allochtone Nederlanders, komt een groeiend aantal ‘gekleurde’ maar autochtone landgenoten: deze derde generatie heeft immers in Nederland geboren ouders. Nu is het misschien mooi dat nieuwe generaties niet als allochtoon door het leven hoeven, zij hebben wel vaak een of twee ouders van bijvoorbeeld Surinaamse of Turkse afkomst, met een daaraan gerelateerde belevingswereld.


In de langetermijnprognoses kan het CBS geen heldere uitspraken doen over de omvang van deze derde generatie. Maar juist nieuwe generaties drukken straks een steeds groter stempel op de ‘kleur’ van de Nederlandse samenleving. Zo kwam de eerste grote groep Chinezen al in 1911 naar ons land: een deel van de Chinese gemeenschap is dus niet meer in de statistieken te traceren.

 

Bedenk daarbij dat binnen onze digitale wereldgemeenschap ook toekomstige generaties waarschijnlijk een mede aan hun ‘roots’ gekoppelde identiteit ontwikkelen. Vergelijkingen met de wijze waarop ooit Portugese joden of Hugenoten in de samenleving opgingen, zijn daarom niet realistisch.

 

Met de toenemende variëteit van onze bevolking, zal bovendien het aantal burgers met een gemengde afkomst flink groeien. In Groot-Brittannië is de groep ‘mixed-race’ mogelijk de snelst groeiende etnische bevolkingsgroep. Volgens de ONS, het Britse CBS, had in 2011 bijna 6,5 procent van alle   0- tot 4-jarigen ouders met een verschillende etnische afkomst.


Hoe groot de gemengde populatie in Nederland is weten we niet. Het aantal kinderen met ouders van elk een ander geboorteland wordt weliswaar goed zichtbaar gemaakt, maar een meisje met twee in Nederland geboren ouders kan een ‘mengelmoes’ zijn, haar vriendin met ouders van verschillende geboortelanden daarentegen volledig etnisch Turks.


Hoe ziet de toekomst eruit? Het CBS maakt een schatting, met alle onzekerheden van dien, van 5,7 miljoen eerste- en tweede-generatieallochtonen in 2060, op ruim achttien miljoen burgers. Niet meegeteld: de derde en latere generaties. Wees dus niet verbaasd wanneer ons land over 45 jaar zo’n tien miljoen ‘autochtoon-autochtone’ Nederlanders telt, en circa acht miljoen burgers met een of meer buitenlandse wortels, van welke generatie en welke afkomst ook. We groeien mogelijk stap voor stap naar een bevolking waarvan de helft geen volledig Nederlandse etniciteit heeft.


Waarom zijn beter toepasbare statistieken relevant? Een scherper inzicht in de etnisch-culturele en religieuze diversiteit van de bevolking, zal maatschappelijke actoren aanmoedigen een samenleving te ontwikkelen waarin alle Nederlanders zich herkennen: de formats van tv- en radiomakers, de programmering van Pinkpop, de redactionele keuzes van NRC Handelsblad, de reclamecampagnes van toonaangevende merken, de uitspraken van politici, en natuurlijk vooral de keuzes die in de directe leefomgeving van mensen worden gemaakt, waaronder het karakter van de lessen op onze scholen.


Ik pleit daarom voor een aanvullende meetmethode die meer recht doet aan de daadwerkelijke diversiteit van de bevolking. Te denken valt aan een op zichzelf staande en eigentijdse variant van de in 1971 voor het laatst gehouden traditionele volkstelling (census); elke meerderjarige burger beantwoordt daarbij vragen over de eigen persoonlijke achtergrond waarbij anonimiteit wordt gewaarborgd en de brongegevens na de telling worden gewist.


Want alleen wanneer alle maatschappelijke actoren een beter besef krijgen van de grote variëteit van de Nederlandse bevolking, losstaand van de zo beladen begrippen autochtoon en allochtoon, zal aan een inclusieve samenleving worden gewerkt die elke burger als de zijne kan beschouwen.


René Romer is directeur van het diversity marketingbureau TransCity en onder meer auteur van twee boeken over multiculturele marketing.

 

DE ´WIJ-SAMENLEVING LIJKT VERDER WEG DAN OOIT

Met de belevingswereld van talrijke burgers uit onze gemixte samenleving wordt nauwelijks rekening gehouden.

De Volkskrant, 22 januari 2015

De opkomst van Pim Fortuyn verleidde Jan Peter Balkenende ooit tot de uitspraak dat 'de multiculturele samenleving niet iets is om naar te streven'.

 

In de jaren die volgden, werden pogingen ondernomen om de multiculturele samenleving 'af te schaffen'. Overheidspublicaties mochten alleen nog in het Nederlands verschijnen. Media gericht op de multiculturele samenleving werden opgeheven of gehinderd.

Verder besloot het kabinet-Rutte 1 om in de briefings van overheidcampagnes Nieuwe Nederlanders niet meer specifiek als doelgroep te benoemen; gerichte werving voor bijvoorbeeld een baan bij Defensie werd daarmee een halt toegeroepen. Het afbeelden van hoofddoekdragende vrouwen in overheidscampagnes werd ook gestopt.


Kortom, telkens werden weer nieuwe keuzes gemaakt die ervoor zouden zorgen dat Nieuwe Nederlanders zich minder in onze samenleving zouden herkennen.

 

In Frankrijk ging men nog een stap verder. De vrijheid van meningsuiting wordt er weliswaar als belangrijke (maar niet onbegrensde) waarde gezien, de vrijheid van expressie werd daarentegen veel nadrukkelijker ingeperkt. Zo werd het dragen van religieuze symbolen op openbare scholen in de ban gedaan.

 

Het geven van één enkele simpele verklaring voor de dramatische gebeurtenissen in Parijs is natuurlijk onmogelijk. Er is altijd sprake van een combinatie van vaak complexe sociaal-maatschappelijke factoren.

 

Toch kan één conclusie alvast wel worden getrokken. We moeten eindelijk eens ondubbelzinnig erkennen dat Europa, en Nederland, een multiculturele samenleving is geworden. De vraag of de multiculturele samenleving iets is om naar te streven, is dus totaal achterhaald. De vraag is: hoe gaan we de multiculturele samenleving, die we onmiskenbaar zijn, met zijn allen inrichten?

 

Wie goed naar de bevolkingsstatistieken kijkt, ziet meteen dat andere keuzes nodig zijn. Het CBS maakt een ruwe schatting, met alle onzekerheden van dien, van een kleine zes miljoen eerste- en tweede-generatie-allochtonen in 2060, op een totale bevolking van circa achttien miljoen. Niet meegerekend: de derde en vierde generatie. Wees dus niet verbaasd wanneer onze bevolking over 45 jaar bestaat uit zo'n tien miljoen autochtone Nederlanders en circa acht miljoen Nederlanders met een of meer buitenlandse wortels, van welke generatie en welke afkomst dan ook.

 

Wat is de consequentie? Twee jaar geleden vertelde een met een Nederlandse vrouw getrouwde Surinaams-Nederlandse verkoopdirecteur mij over zijn eerste bezoek met vrouw en 13-jarige zoontje aan Suriname: 'Op een gegeven moment zat mijn zoontje stil
in een hoek te huilen. Toen ik vroeg wat er aan de hand was zei hij: 'Ik voel me hier zo thuis'.'

 

Wat in ons land vrij consequent wordt vergeten, is dat het bouwen aan de door de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb zo genoemde wij-samenleving, betekent dat mensen zich in ons land thuis moeten voelen. Als een geboren en getogen Nederlander, met (groot)ouders die ooit in Suriname of Marokko zijn geboren, de eigen belevingswereld nooit terugziet in de taal van onze politici, in de lessen op onze scholen, of bijvoorbeeld in de keuzes van ons bedrijfsleven, kort en goed, in alle uitingsvormen in onze samenleving, dan creëren we een leefomgeving waarin sommigen zich minder op hun gemak voelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Alleen witte mensen weten wat goede zwarte muziek is', schreef ik enige tijd geleden. Op het eerste gezicht lijkt dat wat onaardig en ongenuanceerd, maar er zit een grote kern van waarheid in. Het zijn immers vooral witte politici, witte mediamakers en bijvoorbeeld witte reclamemakers die bepalen hoe Nieuwe Nederlanders zich 'moeten' gedragen, wat ze leuke programma's of leuke muziek 'moeten' vinden en welke reclame-uitingen aansprekend 'moeten' zijn. Met de belevingswereld van de burgers zelf uit onze gemixte samenleving wordt nauwelijks rekening gehouden. Van het door de grote maatschappelijke actoren ontwikkelen van een wij-samenleving, is nog in het geheel geen sprake.

 

Daarom wordt het de hoogste tijd dat we in de meest brede zin gaan bouwen aan een samenleving waarin mensen zich wél herkennen, waarin ze wél erkenning vinden voor wie ze zijn en waar ze vandaan komen, en waarmee ze zich wél kunnen identificeren. Een wij-samenleving van en voor alle Nederlanders.

 

René Romer is auteur van onder meer een boek over multiculturele marketing: Dé consument bestaat niet.